De kubus voor leren


Share

De kubus is een diagnose model om te bepalen wat er geleerd moet worden op het werk.

De drie assen van de kubus staan voor:
1. de benodigde kennis, vaardigheden en houding & gedrag;
2. het niveau waarop geleerd wordt: individueel, team, organisatie, keten;
3. de doel dat wordt beoogd: basis op orde, risico’s beheren, verbeteren, vernieuwen;

Het gaat om “leren op het werk”, dat is iets anders dan “leren op school”. Voor de werkcontext is een groene rand onder de kubus gezet. Die lees je als volgt:
Om te zorgen dat de basis op orde is, werf & selecteer (W&S) je de juiste mensen en die werk je in op de specifieke taken. Sommige dingen moet je bijhouden/herhalen, met name om risico’s te voorkomen. Op het werk voer je verbeteringen door, dat organiseer je op een bepaalde manier. En je wilt vernieuwen. Dat gebeurt vaak buiten het reguliere werk, in een InnovatieLAB. De werkende innovaties worden dan als verbetering in het werk ingevoerd.

Om te bepalen wat er geleerd moet worden, loop je de vakken van de kubus af. Het is belangrijk om daarbij geen volledigheid na te streven, dan verdrink je namelijk in de details. De kunst is om de belangrijkste zaken te benoemen. En die dan op een zodanig detailnivo dat er een leeradvies aan gekoppeld kan worden. Wat belangrijk is hangt af van de context.
Met drie voorbeelden laat ik zien hoe je de kubus kunt gebruiken. Deze voorbeelden zijn gebaseerd op het werk bij woningcorporaties.

Voorbeeld 1: de basis op orde
Welke activiteiten oefent iemand uit, welke rol vervult hij of zij? Schrijf die op en bepaal vervolgens per activiteit/rol welke kennis nodig is, welke vaardigheden en welke houding en gedrag. Je klapt de kubus als het ware uit; onder het vlak “Basis op orde” komt een hele rij met onderwerpen.

Voorbeeld 2: risico’s beheren
Risico’s zijn eigenlijk een onderdeel van “basis op orde”. Ik heb er een apart vlak van gemaakt, omdat je deze op orde moet houden; opfrissen of verdiepen.
Welke risico’s spelen bij de deze functie/rol? Denk aan risico voor klant, medewerker, pand, veiligheid, imago, geld,…

Als je de belangrijkste risico’s hebt benoemd bepaal je per risico de eindtermen. Dat kun je doen op individueel niveau: wat moet de medewerker kennen, kunnen en “zijn” om het asbest-risico te beheersen? Maar als je de vier niveaus erbij pakt, krijg je een vollediger beeld.

 Je stelt dan de volgende vragen:

  1. Wat moet je op individueel beheersen?
    Je moet asbest kunnen herkennen, moet weten wat je moet doen als je het aantreft, daarover kunnen communiceren met de klant en je kunnen inleven in die klant.
  2. Wat moet je op team niveau beheersen?
    Je moet je rol in het team weten en het team moet weten hoe te handelen als asbest wordt aangetroffen. Daarvoor moeten de teamleden de werkafspraken weten, daarnaar kunnen handelen en kunnen samenwerken.
  3. Wat moet je op organisatieniveau beheersen?
    Je moet de visie, het beleid en de kaders kennen en weten hoe de verantwoordelijkheden liggen als er een calamiteit dreigt of iemand naar de pers stapt.
  4. Wat moet je beheersen op het niveau van de keten?
    Je moet weten wie de partners zijn en welke afspraken zijn gemaakt: rollen, verantwoordelijkheden, bevoegdheden. Je moet samen snel kunnen handelen van een calamiteit.

Voorbeeld 3: de eindtermen voor verbeteren
Bij de “basis op orde” en “risico’s” gaat het om het werk vandaag de dag. Maar morgen ziet er anders uit. En de meeste organisaties hebben ook de intrinsieke behoefte om steeds slimmer te werken. Dat is de reden voor de kolom “Verbeteren”. Ter illustratie heb ik een aantal algemen verbeterdoelen ingevuld.  Je kunt branchespecifieke  verbeterdoelen  benoemen. Voor  woningcorporaties kun je daarvoor kijken naar de dossiers die benoemd zijn door Aedes.

Ik geef hier een voorbeeld voor het invullen van het blokje linksboven (individu-kennis-slimmer):
Vraag: wat moet je weten om slimmer te kunnen werken?
Antwoord: je moet weten dat er bepaalde werkvormen daarvoor zijn, zoals agile en lean.

Ten slotte
Je kunt de kubus ook gebruiken om te beoordelen waar je samen met andere organistaties kunt leren; samen leren bevordert immers samen werken.  Je hoeft niet de hele kubus te vullen om samen te gaan leren, je kunt er een deel uitpakken en daar mee beginnen. Vul de kubus   ‘quick en dirty” in om te bepalen of er overlap zit. Op de vlakken waar overlap zit klap je de kubus uit en zoom je in op wat je samen kunt leren.
Je kunt er ook voor kiezen om een bepaald blokje samen op te pakken,  bijvoorbeeld het blokje: verbeteren van houding&gedrag in de samenwerking binnen de keten.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.